leidenislamblog

Optische illusie als brug naar oneindigheid: Escher meets Islamic art M.C. Escher, Mosaic II

Optische illusie als brug naar oneindigheid: Escher meets Islamic art

In het Tropenmuseum en in het Paleis te Den Haag zijn deze zomer twee tentoonstellingen te zien die een nieuwe blik werpen op de Nederlandse graficus M.C Escher. Zij brengen voor het eerst in beeld hoe Escher zich liet inspireren door islamitische kunst.

De meeste Nederlanders zijn bekend met het rijke oeuvre van graficus en landgenoot Maurits Cornelis “Mauk” Escher, die leefde van 1898 tot 1972. Wereldwijd waarderen (en reproduceren) anderen zijn werk vanwege de ‘onmogelijke’ figuren en reeksen metamorfoses. Minder mensen weten dat Eschers uitzonderlijk kundige toepassing van figuren en patronen stoelt op nauwkeurige wiskundige principes die voortkomen uit de wereld van de ‘islamitische’ kunst: twee bezoeken aan het 14e-eeuwse Alhambra in Granada veranderden Eschers kijk op grafiek. Dit staat centraal in een dubbeltentoonstelling die tijdelijk loopt in Amsterdam en Den Haag.

In het Tropenmuseum te Amsterdam (‘Escher meets Islamic Art’) en bij Escher in het Paleis te Den Haag (‘Escher & Schatten uit de islam’) wordt de bezoeker ingewijd in de ontwikkeling van Eschers grafische kunst aan de hand van boeiende audiovisuele presentaties, animaties en toepasselijke voorbeelden van (soms eeuwenoude) kunstobjecten uit het Arabische- en Perzische taal- en cultuurgebied waar de islam domineerde. Een mooi staaltje vakwerk van de betrokken curatoren en consorten dat gerealiseerd werd in nauwe samenwerking met de M.C. Escher Foundation en het Londense Victoria & Albert Museum.

Van tipgever tot tentoonstelling
De Turks-Nederlandse promovendus in spe Hüseyin Sen (1978) tipte het Tropenmuseum over de onlosmakelijke invloed die de overwegend islamitische geometrie op Eschers werk heeft uitgeoefend en deed de bal rollen. Hüseyin: “Mijn interesse voor Escher is ontstaan tussen 2005 en 2006 toen ik me in het kader van mijn master wetenschapsgeschiedenis en filosofie aan de Universiteit Utrecht ging richten op Arabische wetenschapsgeschiedenis. Ik mocht een workshop ontwikkelen voor een studiereis naar Iran in opdracht van Professor Jan Hogendijk, een Nederlandse specialist op het gebied van Arabische wiskunde en astronomie. Sindsdien geef ik in binnen- en buitenland workshops over de zogenaamde ‘regelmatige vlakverdelingen’ die Escher zo fascineerden en inspireerden en probeer ik studenten te interesseren voor Eschers werk.”

Regelmatige vlakverdeling
Alhoewel de term ‘regelmatige vlakverdeling’ veel mensen waarschijnlijk weinig zal zeggen is de betekenis ervan minder ingewikkeld dan op het eerste gezicht lijkt. In feite gaat om het niets anders dan het volledig bewerken en benutten van de ruimte die een kunstenaar tot beschikking staat zodat er een volmaakt, al dan niet ritmisch evenwicht wordt gecreëerd in het herhaaldelijk patroonmatig toepassen van figuren en/of motieven. Hierdoor ontstaat een gevoel van rust, beweging of juist schijnbare oneindigheid; iets dat ook naar voren komt en goed zichtbaar is in de voor de beide tentoonstellingen geselecteerde (islamitische) kunstobjecten. Hoewel Escher de objecten die in de musea in Amsterdam en Den Haag getoond worden zeer waarschijnlijk nooit heeft gezien zijn de overeenkomsten tussen de onderliggende toegepaste wiskundige principes en verhoudingen zeer goed zichtbaar. Escher zelf noemde regelmatige vlakverdeling een rijke, onuitputtelijke inspiratiebron.

Haarlem-Alhambra
Waarschijnlijk maakte Escher voor het eerst kennis met de consequent kunstzinnige toepassing van het wiskundige principe van regelmatige vlakverdeling in het middeleeuwse Alhambra te Granada, het bekende Moorse fort en paleiscomplex in het zuiden van Spanje. Hij bezocht het Alhambra voor het eerst in 1922 na zijn afstuderen als graficus, maar ook vóór deze reis was hij in soortgelijke materie geïnteresseerd; Eschers leermeester S.J. de Mesquita had hem aan de Kunstnijverheidsschool te Haarlem de fijne kneepjes van houtsnedetechniek bijgebracht terwijl Escher enthousiast experimenteerde met zijn eigen liefde voor vlakvulling, zoals vele werken uit deze periode laten zien.

Gefascineerd door de perspectiefwerking van het Moorse kleurgebruik en de schijn van oneindigheid die de symmetrie van verschillende motieven boden kopieerde Escher in het Alhambra diverse tegelpatronen om hun wiskundige aard te kunnen doorgronden. Ondanks zijn inspanningen lukte het Escher in die jaren niet om zich de werking van regelmatige vlakverdeling eigen te maken. In 1936 bezocht hij het Alhambra opnieuw, ditmaal in het gezelschap van zijn vrouw, met wie hij gedurende een aantal dagen schetsen maakte. Tussen 1937 en 1942 werkte hij zijn eigen theorie hierover uit. Eschers oeuvre telt zo’n 100 tekeningen die gebaseerd zijn op de principes zoals toegepast in het Alhambra.

Hogere wiskunde?
De meesters en vaklieden die islamitische geometrie toepasten in kunst en architectuur kunnen niet als wiskundigen bestempeld worden, meent specialist Eric Broug. Hij leverde ook een bijdrage aan de prachtig vormgegeven THOTH uitgave ‘Escher meets Islamic Art’ behorende bij de dubbeltentoonstelling. Volgens Brough waren die meesters en vaklieden niet bezig met ingewikkelde berekeningen: hun belangrijkste gereedschap bestond uit een passer en een simpele liniaal. En wat blijkt? Elk islamitisch geometrisch ontwerp komt tot stand door het samenspel tussen lijnen, cirkels en bogen; door het benadrukken van lijnen en ruimte ertussen of juist het verdoezelen hiervan met behulp van kleur. Dit is de basis van ontelbare ontwerpmogelijkheden qua patronen zoals we deze kennen uit de islamitische wereld.

Dit artikel kwam mede tot stand met dank aan het Tropenmuseum te Amsterdam, Mirjam Shatanawi en Hüseyin Sen. Het werd eerder gepubliceerd in het online magazine al.arte.magazine. Meer over het werk van van Escher zie de website www.artsy.net.

0 Comments